DNB maakt zich zorgen over starters op woningmarkt
© djedj, Pixabay

De Nederlandsche Bank maakt zich zorgen over de positie van starters op de woningmarkt. Onder zowel kopers als huurders komt deze groep steeds moeilijker aan een woning. Het kabinet krijgt een stevige reprimande.

Voor koopstarters stijgen sinds 2016 de woonlasten in verhouding tot het besteedbaar inkomen, zegt DNB in het jaarverslag over 2021. Vooral het afgelopen jaar is de aanschaf van een huis relatief veel duurder geworden in termen van maandlasten.

Het gevolg is dat zij in 2021 steeds meer risico namen bij het afsluiten van een hypotheek. Meer dan driekwart van de starters leent meer dan 90% van het maximale hypotheekbedrag onder de inkomenstoets of de LTV-limiet. Ook het aantal deels aflossingsvrije hypotheken nam toe.

‘Onder water’

De toezichthouder is beducht voor de huidige inflatie en de stijgende kapitaalmarktrentes. Hierdoor kan de hypotheekrente verder stijgen. Dit kan de snelle huizenprijsstijging afremmen en op enig moment zelfs leiden tot dalende prijzen. Zo kunnen huizen zelfs weer “onder water” komen te staan.

Dit is vooral riskant voor mensen die (al dan niet gedwongen) hun huis moeten verkopen. Maar zelfs wanneer dit niet aan de orde is, kan het leiden tot sterke schommelingen in de Nederlandse economie, zoals we in het verleden ook hebben gezien. Immers, een “papieren schuld” kan leiden tot voorzichtigheid bij deze huiseigenaren, waarschuwt DNB.

Huurmarkt

Voor starters op de vrije huurmarkt is de positie zo mogelijk nog moeilijker. Voor hen verslechtert de betaalbaarheid van woonruimte al sinds 2013. Dit terwijl de maandlasten van huurders in de vrije sector in Nederland al relatief hoog zijn ten opzichte van de lasten van huiseigenaren. De coronacrisis leidde aanvankelijk tot een verlaging van de aanvangshuren, maar sinds kort stijgen deze weer.

Fiscale verschillen

Fiscale verschillen tussen kopen en huren in de vrije sector dragen bij aan de tweedeling op de woningmarkt. Dit is DNB een doorn in het oog. Zij pleit er al jaren voor om de fiscale voordelen voor eigenwoningbezit geleidelijk af te bouwen.

Door de extreme prijsstijgingen is deze tweedeling alleen maar vergroot. De gemiddelde prijsstijging bedroeg in het verslagjaar maar liefst 15%, waardoor toetreding tot de koopwoningmarkt moeilijker is geworden. Tegelijkertijd is het aanbod van huurwoningen beperkt en zijn de huren in de vrije sector relatief hoog. DNB hekelt het (gebrek aan) overheidsbeleid: “In het coalitieakkoord laat het kabinet op dit punt een kans liggen.”