opkoopbescherming

Het staat niet vast of opkoopbescherming instellen voor een hele stad juridisch haalbaar is. Dat zegt hoogleraar Huisvestingssystemen Peter Boelhouwer. Verschillende steden willen de opkoopbescherming, die per 1 januari ingaat, meteen in de hele gemeente invoeren om woningbeleggers te weren. Boelhouwer ziet nadelen hiervan en pleit voor meer regulering tussen beleggers en steden.

In juli heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor opkoopbescherming gedeeltelijk aangenomen. Met dit voorstel kunnen gemeenten in bepaalde gebieden woningbeleggers weren, zodat mensen die op zoek zijn naar een koopwoning om zelf in te wonen, hierop meer kans maken. Vooral wijken met goedkope en middeldure woningen komen hierdoor niet meer in handen van beleggers, die de huizen vervolgens gaan verhuren.

Prijsgrens

Uit een rondgang van NOS bleek dat onder meer Utrecht en Amsterdam de opkoopbescherming willen doorvoeren in de hele stad. Ook Tilburg denkt hieraan, terwijl Den Haag en Groningen aangeven volledige opkoopbescherming voor de hele stad ‘niet uit te sluiten’. De steden kijken naar een prijsgrens om woningen onder de bescherming te laten vallen, en willen die het liefst zo ruim mogelijk stellen. Dat kan bijvoorbeeld de NHG-grens zijn.

Of volledige opkoopbescherming voor steden juridisch haalbaar is moeten we nog afwachten, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar Huisvestingssystemen bij de TU Delft. Hij wijst erop dat de regeling alleen is bedoeld voor gebieden met woningschaarste of overlast. “Dit laatste kan voorkomen wanneer arbeidsmigranten worden gehuisvest in opgekochte woningen.” De wetswijziging vereist dat gemeenten onderbouwen ‘of en in welke buurten er door schaarste aan goedkope en middeldure koopwoningen onevenwichtige en onrechtvaardige effecten optreden.’

Huuraanbod neemt af

De hoogleraar ziet een aantal nadelige effecten van volledige opkoopbescherming voor de steden. Zo zal het huuraanbod afnemen, denkt hij. Er is ook een groot gebrek aan middeldure huurwoningen in de steden. “Daarbij worden huurders die niet kunnen of willen kopen nu achterwege gelaten, terwijl dit voor een stad ook een hele belangrijke groep is. En vergeet niet dat er allerlei soorten beleggers bestaan. Zo ook beleggers die investeren in het goedkopere of middensegment, en wijken daarmee doen opleven.”

‘Er zijn ook beleggers die investeren in het goedkopere segment en daarmee wijken doen opleven’

Bovendien kan er een waterbedeffect optreden, doordat beleggers buiten de grote steden op zoek gaan naar panden, zegt Boelhouwer. Dat gebeurt nu al door het enorme gebrek aan woningen en zal door de opkoopbescherming alleen maar toenemen. “Ik verwacht dat beleggers en omliggende gemeenten hier een stokje voor zullen steken. Het zou mooi zijn als er juist meer regulering mogelijk komt tussen beleggers en steden.”

Lijst van wijken en buurten

De gemeente Arnhem is intussen bezig een lijst op te stellen van buurten en wijken waarin opkoopbescherming kansrijk is. Het college van B&W laat weten dat dit zorgvuldig gebeurt, om rechtszaken tegen de gemeente tegen te gaan. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bereidt voor alle leden een zo waterdicht mogelijke verordening voor om ook in andere gemeenten rechtszaken hierover te voorkomen.

In Arnhem gaan vertegenwoordigers van acht Teams Leefomgeving met bewonersplatforms om tafel om de lijsten op te stellen. In wijken als het Spijkerkwartier en Presikhaaf is al langer ontevredenheid onder bewoners over ‘verkamering’ en daarmee afnemende leefbaarheid. Dat hoopt de gemeente met regels over opkoopbescherming een halt toe te roepen.