Woonboerderij krijgt steeds vaker eigenaar uit de Randstad
Landelijke woningen worden duurder en schaarser. Foto: Ernesto Velázquez.

Landelijk wonen raakt steeds meer in trek bij Randstedelingen. Van alle in 2021 verkochte landelijke woningen op het platteland, zoals woonboerderijen, kreeg een op de vijf een nieuwe eigenaar afkomstig uit de Randstad.

Daarmee ligt het aandeel kopers uit de Randstad 3%-punt hoger dan een jaar eerder, toen 17% van de kopers van woonboerderijen op het platteland een Randstedeling was. In 2015 kwam ‘slechts’ één op de negen kopers van een woonboerderij uit de Randstad. Overigens zijn woonboerderijen meer in trek bij Randstedelingen dan andere, meer gangbare woningsoorten op het platteland.

Aanbod met factor 6 afgenomen

Dat meldt de NVM in het rapport ‘Vastgoedmarkt in beeld Agrarisch en Landelijk, 2021’. De makelaarsorganisatie ziet de populariteit van het platteland onverminderd doorzetten door de ongekend krappe landelijke woningmarkt.

Daardoor werden ook landelijke woningen duurder en schaarser. In de afgelopen vijf jaar is het aanbod aan landelijke woningen met een factor 6 afgenomen. Tussen 2020 en 2021 daalde het aantal verkochte landelijk gelegen woningen van 8381 naar 5700 stuks.

In vijf jaar is de krapte voor landelijke woningen ruwweg zes keer sterker geworden. © NVM

Door de groeiende belangstelling steeg de gemiddelde verkoopprijs in de afgelopen vijf jaar met 80%. In 2021 was de prijstoename 20% ten opzichte van een jaar eerder; een gemiddelde landelijke woning kostte in 2021 € 738.000. De prijsontwikkeling van landelijke woningen volgt daarmee die van de totale koopwoningmarkt, waar eveneens in een jaar tijd zo’n 20% prijsstijging werd genoteerd.

Stikstofdossier

De NVM verwacht bovendien dat alle onzekerheden rond het stikstofdossier een stevig stempel drukken op de verkoop van agrarische bedrijven en de nieuwbouw van woningen. “Het stikstofdossier dreigt daarmee gewenste veranderingen in de Nederlandse samenleving op slot te zetten met ingrijpende planologische en economische consequenties als gevolg.”