Noor de Vries Robbé wil er geen misverstand over laten bestaan. ”Makelaars zijn over het algemeen goedgemutste, vrolijke mensen. Ze houden van hun vak. In dit boek breek ik een lans voor hen.
Net zo stellig onderschrijft ze het standpunt van haar leermeester, die haar in 1973 overtuigde samen in de makelaardij te stappen ‘het is een echt vrouwenberoep’.
Noor de Vries Robbé wil er geen misverstand over laten bestaan. ”Makelaars zijn over het algemeen goedgemutste, vrolijke mensen. Ze houden van hun vak. In dit boek breek ik een lans voor hen.
Net zo stellig onderschrijft ze het standpunt van haar leermeester, die haar in 1973 overtuigde samen in de makelaardij te stappen ‘het is een echt vrouwenberoep’.
Want hoe komt een Twents meisje met een deftige studie kunstgeschiedenis achter de rug in het onroerend goed terecht? Ze begon met een keurig baantje bij de befaamde Nederlandse kunstverzamelaar Frits Lugt , maar ontmoette op een etentje Sicco van Boetzelaer, die vanwege zijn vooruitstrevende ideeën een belangrijke rol binnen D66 wel ‘de rode baron’ werd genoemd.
”Sicco was een inspirerende figuur”, vertelt Noor, ”hij hield niet van heilige huisjes en voelde nieuwe trends goed aan. Hij had net zijn baan bij een bank opgezegd, was van plan een makelaarskantoor beginnen en zocht vrouwen die mee wilden doen. Het leek me een geweldig idee en ik zei dan ook onmiddellijk ja”. Het was het begin van een nieuw tijdperk en niet alleen in de makelaardij: vrouwen gingen in veel meer beroepen aan de slag.
Ze wil niets ten nadele van haar mannelijke collega’s zeggen. ”Ik heb bij de NVM veel deskundige makelaars leren kennen.” Maar: ”Vrouwen houden relaties vast, ze creëren snel een netwerk en begrijpen dat het kopen van een huis een emotionele keuze is. Het is geen optelsom van eisen, maar een plek waar iemand zich thuis voelt.”
Het vak bevalt haar uitstekend. ”Als je het juiste huis vindt, maak je de cliënt dolblij en gelukkig.”
Van Boetzelaer heeft in de jaren ’70 een bom gelegd onder oude gebruiken binnen de makelaarswereld. Zo introduceerde hij de eenzijdige belangenbehartiging en gaf daarmee de aanzet tot een heel nieuw segment: de aankoopmarkt. Zij doel was om het vak transparanter te maken en het zo een betere naam te geven.
Niettemin bleef het gebukt gaan onder een minder goede reputatie. Noor is daar fel over: ”Dat is onterecht. Bij het publiek heerst het idee dat ieder die in het onroerend goed zit (te) veel verdient, een zakkenvuller en/of een bedrieger is. Ik leg in mijn boek de verschillen tussen de ene makelaar en de andere uit en ook vertel ik hoe je een goede makelaar vindt”.
Ze leerde veel bij Buro van Boetzelaer, zoveel dat bij haar in 1978 de gedachte postvatte ‘wat die kerels kunnen, kan ik ook’. Ze besloot een eigen kantoor te beginnen en startte bij haar thuis, uiteraard met een aantal dames. ”We werden al meteen geconfronteerd met een forse crisis in de markt. Het gaf ons de gelegenheid heel rustig te beginnen. Zo konden we het bijbenen. De combinatie van ondernemerschap met een gezin was in een tijd zonder professionele kinderopvang namelijk een flinke klus.”
Het gaf Noor ook de gelegenheid haar makelaarsdiploma te behalen. In 1979 werd ze beëdigd. Het kantoor De Vries Robbé groeide uit tot een begrip in Den Haag, maar ook in heel Nederland. Vrouwen veranderden vanaf de jaren ’70 het image van de makelaardij. Ook in de maatschappij bleef niets zoals het was.
Verhuur aan expats en beheer werden belangrijke nevenactiviteiten. Beheer was interessant, maar ook lastig en heel arbeidsintensief. We kregen soms de gekste klachten. ”Mevrouw, de taart komt scheef uit de oven en dat soort zaken”. Tien jaar later, in 1989, kreeg het kantoor te maken met een afsplitsing: zeven vrouwen in één club is blijkbaar wat veel van het goede. ”Het was even slikken, maar er was voldoende werk voor iedereen.”
In 2000 trok ze zich terug, het kantoor werd verkocht. Maar ze heeft nog een heldere visie op het vak. ”Ik ben niet bang dat het onder de invloed van de vele vastgoedsites verdwijnt. Er blijft veel werk te doen en uit ervaring weet ik dat de beste huizen buiten die sites om verkocht worden: ze komen niet op funda. Steeds meer verkopers laten het werk liever over aan een vertrouwde makelaar. Deze voert zijn opdracht in alle rust en stilte uit: hij maakt daarbij gebruik van zijn eigen netwerk.”
‘Haagse dames in de makelaardij’ bevat veel belangrijke en interessante informatie over de ontwikkeling van de huizenmarkt in de laatste 40 jaar, onmisbaar voor elke huizenbezitter. Er zijn echter ook verrassende staaltjes van makelaarsterminologie in te vinden, zoals de postaankoopneurose, een veelvoorkomende aandoening bij cliënten. Ook komen er vaak hilarische ervaringen met huisdierenbezitters in voor. Het boek is vlot geschreven en bevat talloze anekdotes: een ideaal cadeau voor elke aspirant koper en verkoper. Het boek is uitgegeven bij uitgeverij U2pi BV en is in de boekhandel verkrijgbaar. Het kost 19,50 euro.
Geschreven door: Steven Toet







