4 op de 5 verhuurbemiddelaars wil meewerken aan discriminatie
Minister De Jonge gaat het beleid tegen woondiscriminatie aanscherpen. Beeld: ©RVD – Valerie Kuypers en Martijn Beekman

Woningzoekenden met een niet-Nederlands-klinkende achternaam krijgen minder vaak een uitnodiging voor een bezichtiging. En 80% van de bemiddelaars blijkt bereid om mee te werken aan discriminatie van kandidaten.

Deze bevindingen komen uit de tweede Landelijke monitor discriminatie op de woningmarkt, die minister De Jonge van Volkshuisvesting deze week naar de Tweede Kamer stuurde. Voor de minister is het onderzoek reden om het beleid tegen woondiscriminatie aan te scherpen.

Buiten de G4

Onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut reageerden uit naam van fictieve woningzoekenden op ruim drieduizend huuradvertenties van woningsite Pararius. Kandidaat-huurders met een Marokkaans klinkende naam liepen in één op de vijf gevallen de uitnodiging mis, ook al reageerden ze sneller op een advertentie dan een controle-kandidaat met een Nederlands klinkende naam. Bij woningzoekenden met een Pools-klinkende mannennaam gebeurde dat in één op de tien uitnodigingen.

Met name buiten de vier grootste steden hebben mensen met een niet-Nederlands klinkende naam structureel minder kans om uitgenodigd te worden. Binnen de G4 was er geen verschil. Als extra – onverwacht – resultaat kwam naar boven dat vrouwen significant minder vaak worden uitgenodigd dan mannen voor een bezichtiging.

Mystery calls

Daarnaast toetsten de onderzoekers met mystery calls de bereidheid van een verhuurbemiddelaar om mee te werken aan een discriminerend verzoek van een fictieve verhuurder. Deze vroeg of het mogelijk was om niet te verhuren aan Marokkanen, Turken en Polen. Vier van de vijf verhuurbemiddelaars toonden direct of indirect bereidheid om mee te werken.

Brancheorganisaties

Verhuurders die niet zijn aangesloten bij een brancheorganisatie (NVM, VBO, Vastgoed Pro, Vastgoed Belang, IVBN, VGM NL) blijken vaker profielen met een Marokkaans-klinkende naam te discrimineren dan bemiddelaars die wel lid zijn. Bij niet-leden is de netto-discriminatiegraad 27%, bij leden 13%.

Overigens blijkt dat alle test- en controleprofielen tezamen een significant grotere kans hebben om uitgenodigd te worden voor een bezichtiging door leden van brancheorganisaties dan door niet-leden (21,1% tegenover 16,6%).

Discriminatie toegenomen

Het is de tweede keer dat de Monitor discriminatie op de woningmarkt werd afgenomen. Ten opzichte van de eerste monitor in 2020 is de discriminatie van profielen met een niet-Nederlands klinkende naam toegenomen. De onderzoekers wijten dit aan de krappere woningmarkt. In 2020 was het aanbod van huurwoningen tijdelijk ruimer, mogelijk als gevolg van wegtrekkende expats door de coronapandemie.

Om iets te kunnen zeggen over de ontwikkeling van woondiscriminatie is onderzoek over meerdere jaren nodig. Daarom wordt de monitor aankomend jaar weer uitgevoerd, zo kondigt minister De Jonge aan in de Kamerbrief bij het onderzoek.

Aanscherping

Verder kondigt de minister een aanscherping aan van de aanpak van woondiscriminatie. Dit najaar start een bewustwordingscampagne om verhuurders en bemiddelaars te wijzen op hun plichten en huurders op hun rechten.

Ook het deze maand ingediende wetsvoorstel Goed Verhuurderschap bevat regels voor de selectie van huurders om discriminatie te voorkomen. Door een norm voor goed verhuurderschap te introduceren en gemeenten de mogelijkheid te geven om een verhuurvergunning te verplichten, kunnen gemeenten actief sturen op goed verhuurderschap.

Verder wil de minister de aanpak van discriminatie versterken via de gemeentelijke antidiscriminatie-voorzieningen (ADV’s) en via de brancheorganisaties. Dit najaar komt er een bestuurlijk overleg met stakeholders. Ten slotte onderzoekt de gemeente Utrecht hoe zij een meldplicht voor discriminerende verzoeken op het terrein van huisvesting kan introduceren.