wetsvoorstel tijdelijke huurcontracten
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel dat een einde moet maken aan tijdelijke huurcontracten aangenomen. Foto: Pixabay

Het wetsvoorstel om huurders beter te beschermen is door de Eerste Kamer aangenomen. De fracties van GroenLinks-PvdA, OPNL, SGP, D66, CDA, Volt, PVV, SP, PvdD, ChristenUnie en 50PLUS stemden voor het wetsvoorstel.

44 van de 75 senatoren stemden voor het wetsvoorstel om huurders beter te beschermen. Het belangrijkste onderdeel daarvan is het terugdraaien van de mogelijkheid van tijdelijke huurcontracten. De Tweede Kamer nam het voorstel in het voorjaar al aan. 107 van de 150 leden stemden toen voor, onder wie Kamerleden van BBB en CDA. Steun in de Eerste Kamer was echter onzeker geworden, omdat BBB, dat daar de grootste fractie is, haar steun introk. Het CDA twijfelde. Uiteindelijk steunde het CDA het wetsvoorstel wel en kreeg het een meerderheid van de stemmen.

Wetsvoorstel tegen tijdelijke huurcontracten

Het wetsvoorstel tegen tijdelijke huurcontracten was een initiatief van Tweede Kamerleden Nijboer (Groenlinks-PvdA) en Grinwis (ChristenUnie). Zij wilden vooral de algemene huurovereenkomsten voor bepaalde tijd – oftewel tijdelijke huurcontracten – die met de Wet doorstroming huurmarkt 2015 werden geïntroduceerd, terugdraaien. Deze wijziging leidt ertoe dat verhuurders van zelfstandige woonruimte en van onzelfstandige woonruimte (zoals kamers) in de regel alleen vaste huurovereenkomsten kunnen aanbieden.

Met het aannemen van de wet door beide Kamers wordt een huurcontract voor onbepaalde tijd weer de norm. Tijdelijke verhuur blijft mogelijk onder specifieke voorwaarden. De wet gaat alleen gelden voor nieuwe contracten.

Uitzonderingen voor familie, studenten, expats

n de nieuwe wet zijn een paar uitzonderingen opgenomen. Zo mogen verhuurders nog wel tijdelijke huurcontracten aanbieden aan studenten en expats. Ook wie een tijdje naar het buitenland gaat, kan een woning tijdelijk verhuren. Daarnaast blijft tijdelijke verhuur aan naaste familieleden toegestaan.

Ook diende Senator Rietkerk (CDA) een motie in waarin hij de regering verzocht te onderzoeken hoe de mogelijkheden voor hospitaverhuur kunnen worden verruimd, en de Kamer daarover in het voorjaar van 2024 te rapporteren. Ook deze motie werd met algemene stemmen aanvaard.