In het nieuwe regeerakkoord is afgesproken dat de huurinkomsten niet hoger mogen zijn dan maximaal 4,5% van de WOZ-waarde van de betreffende huurwoning. In krimpgebieden daalt de WOZ-waarde nog steeds. Veel corporaties zullen dan tot een huurverlaging moeten overgaan.
Kijken we op gemeenteniveau naar de gemiddelde huur van huurwoningen, dan blijkt dat de gemiddelde huur soms meer dan 20% hoger is dan de nieuwe huurnorm.
Verhuurdersheffing
Naast deze inkomstenderving krijgen alle woningcorporaties te maken met de verhuurdersheffing van ca. 2 miljard in 2017 voor de gehele corporatiesector. Evenredig verdeeld komt dit neer op een bedrag van 73,- per woning per maand, die corporaties aan het Rijk moeten afdragen in 2017.
Dubbel probleem
Corporaties in krimpgebieden hebben daarmee een dubbel probleem. Want zij kunnen de verhuurdersheffing niet compenseren met een huurverhoging én zij ontvangen volgens de nieuwe normen minder huurinkomsten. Als beide effecten bij elkaar worden opgeteld, kan dat tot een inkomstendaling van meer dan 30% leiden. En als de woningwaarde in krimpgebieden nog verder daalt, hetgeen niet uitgesloten is, wordt het financiële gat nóg groter.
Het zal duidelijk zijn dat dit in veel gevallen de financiële draagkracht van de betreffende corporaties ver te boven zal gaan, aldus Atrivé.








