Vraag en aanbod naar woningen in Amsterdam staat totaal niet in evenwicht. Er zijn dan ook ongebruikelijke maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat lage en middeninkomens een huis in de hoofdstad kunnen permiteren. De Rekenkamer pleit voor een lening, verstrekt door de gemeente.
Vraag en aanbod naar woningen in Amsterdam staat totaal niet in evenwicht. Er zijn dan ook ongebruikelijke maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat lage en middeninkomens een huis in de hoofdstad kunnen permiteren. De Rekenkamer pleit voor een lening, verstrekt door de gemeente.
De gemeente doet erg haar best om de problemen op de Amsterdamse woningmarkt op te lossen, maar al die inspanningen schieten tekort, zegt Jan de Ridder, directeur van de Amsterdamse Rekenkamer. “Je kunt niet tevreden zijn met hoe het nu is in Amsterdam,” zegt hij.
Lage inkomens
De belangrijkste problemen doen zich voor bij stellen met kinderen en lage en middeninkomens, eenoudergezinnen, alleenstaanden boven de 35 jaar met een laag inkomens en grote gezinnen; zij zijn vanwege hun inkomen, leeftijd of gezinssamenstelling niet in staat een passende woning te vinden. De huizen in Amsterdam zijn voor hen onbetaalbaar of te klein, concludeert de Rekenkamer in nieuw onderzoek.
Gebrek aan doorstroming
Meer dan 80 procent van de huishoudens zoekt een woning van 60 vierkante meter of meer, terwijl slechts 40 procent van de Amsterdamse woningen zo groot zijn. De prijzen zijn vanaf 2014 bijna 45 procent gestegen.
De voorraad sociale huurwoningen omvat 57 procent van alle woningen, terwijl lage inkomens 51 procent van alle huishoudens uitmaken. Toch zijn de wachttijden lang, omdat het aanbod relatief laag (44 procent) is vooral door gebrek aan doorstroming. De doorstroming loopt vast, omdat huren in de vrije sector voor veel middeninkomens te hoog (meer dan €1.000) zijn. ”Dit volstaat niet”, zegt De Ridder. Hij pleit voor onconventionele maatregelen. “Als gemeentebestuur moet je toch perspectief bieden voor mensen die hier niet aan een huis kunnen komen.”
Instrumenten toepassen
De Rekenkamer heeft 65 mogelijke instrumenten onderzocht, die de gemeente kunnen helpen bij de aanpak van de woningmarkt, variërend van meer sociale huurhuizen bouwen, andere toewijzing van woningen, ingrijpen in de huurprijzen en afspraken met buurgemeenten. En een sterke lobby in Den Haag, omdat hulp van het kabinet onmisbaar is.
Amsterdam past veel van deze instrumenten toe, maar er kan volgens De Ridder kan dit nog beter. De Rekenkamer pleit voor invoering van een lening, verstrekt door de gemeente aan mensen die geen betaalbare woning kunnen verkrijgen. Zo’n lening overbrugt het verschil tussen de koopprijs en het maximale hypotheekbedrag.
De hoofdstad kende een lening voor starters op de huizenmarkt, maar deze is in 2013 afgeschaft door geldgebrek. Haarlem heeft nog altijd zo’n lening. Sinds het ontstaan in 2008 zijn daar 487 leningen afgesloten, laat een woordvoerder weten.
Onderzoek leningen
Amsterdam doet op dit moment onderzoek naar zulke leningen, die als nadeel hebben dat ze huizenkopers met hogere schulden opzadelen, de prijzen nog verder opvoeren en zorgen voor concurrentievervalsing: belangstellenden moeten dan opbieden tegen mensen die met hulp van de gemeente ineens meer kunnen betalen. De Ridder beaamt dit, maar laat nogmaals weten dat ongebruikelijke maatregelen nodig zijn.
Diverse groepen zoeken een plek in de stad: gezinnen, studenten, expats, middeninkomens, sociale huurders, maar het zal niet lukken om hen allen in gelijke mate te bedienen. “Dat vergt een principiële discussie. De politiek moet die keuze maken, niet de ontwikkelingen of de markt.”
Afspraken maken
De gemeente kan proberen meer invloed uit te oefenen op de huurprijzen door afspraken te maken over inkomensafhankelijke huurstijgingen. Zulke afspraken zouden ook de doorstroming in de sociale voorraad kunnen bevorderen. Voor de middeninkomens is de betaalbaarheid van woningen het grote probleem. De gemeente zou kunnen helpen door het aanbieden van een individuele financiële regeling bij het kopen van een huis.
Bron: Vastgoed Journaal en het Parool.







