Gemeenten kregen kwart van hun nieuwbouwplannen niet van de grond
Gemeenten hebben ruim een kwart van de woningen die ze de afgelopen vier jaar wilden bouwen niet weten op te leveren. Van de ruim 357.000 huizen die tussen 2022 en 2026 stonden gepland, zijn er 264.000 daadwerkelijk gerealiseerd (74 %).
Dat blijkt uit onderzoek van de NOS met regionale en streekomroepen. In veel gemeenten is het woningtekort een van de belangrijkste onderwerpen voor de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart. Vier jaar geleden was dat ook al zo. Veel gemeentebesturen die toen werden gevormd, zeiden flink te gaan bouwen.
Van de gemeenten die antwoord gaven op de vragen ligt 61% achter op schema, 17% doet wat is beloofd en 13% ligt significant voor op de ambities. Opvallend is dat gemeenten daar zelf vaak anders tegenaan kijken: gevraagd naar een oordeel over hun prestaties, vindt 82% dat ze het voldoende, goed of uitstekend hebben gedaan. Er waren immers tal van hindernissen te nemen, zo stellen ze.
Procedures, stikstof, netcongestie
Gemeenten noemen meerdere redenen voor het niet halen van de eigen bouwambities. Meer dan 80 gemeenten zeggen dat bezwaar- en beroepsprocedures van omwonenden tijdrovend zijn.
De tweede grote vertrager die veel genoemd wordt is stikstof. Daar wijzen 64 gemeenten op. Ze klagen dat de onzekerheid over de regelgeving belemmerend werkt.
Andere veelgenoemde oorzaken voor vertraging zijn oplopende bouw- en materiaalkosten, het overvolle stroomnet en personeelstekort bij bouwers of gemeenten zelf. Ten slotte wijzen tientallen gemeenten op de tijdrovende bouw- en vergunningsprocedures.
Hoe moet het dan wel?
Bij de gemeenten die wel op of voor op schema liggen, vallen twee factoren op. De eerste is de ‘echte wil om te bouwen’, vertaald in een duidelijk en standvastig beleid. “Duidelijkheid in beleid is essentieel voor een gezond investeringsklimaat, waar woningbouwinitiatieven welig tieren”, zegt bijvoorbeeld de gemeente Hillegom in hun antwoord.
De tweede factor is een goede samenwerking met andere partijen in het bouwproces. “Met vertrouwen en elkaar iets gunnen als pijlers”, zegt de gemeente Simpelveld. Ook Pekela benadrukt het belang van samenwerking: “Dit doen we door mee te denken en ruimte te geven waar kan. We kiezen daarbij voor ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’.”
Grote verschillen
Er zijn grote verschillen tussen de gemeenten. Sommige hebben hun ambities ver overtroffen, zoals Zoeterwoude (Zuid-Holland) en Oudewater (Utrecht). Het naast Oudewater gelegen Montfoort hoort juist bij de slechtst presterende gemeenten, samen met Enkhuizen. Andere gemeenten waar de nieuwbouw niet goed van de grond komt zijn Rheden, Waterland en de buurgemeenten Heemstede en Bloemendaal.
Het Economisch Instituut voor de Bouw liet in januari weten te rekenen op een stevige groei van het aantal nieuwe woningen. Insituut Bouwkennis noemde die prognose te optimistisch.
342 gemeenten
De regionale en streekomroepen vroegen alle 342 gemeenten in Nederland welke nieuwbouwambitie is opgeschreven in de Coalitieakkoorden van 2022 en wat er in vier jaar tijd feitelijk is gebouwd. Ze kregen antwoord van 280 gemeenten, een respons van 82%.
Uit de gegeven antwoorden blijkt dat de Friese gemeenten hun ambities het meest hebben waargemaakt: in Friesland kwam meer dan 90% van de bouwplannen van de grond. In Noord-Holland en Utrecht werd minder dan 70% van de beloofde huizen gebouwd in de afgelopen collegeperiode.











