Alleenstaande starters beoordelen hun kansen op een koopwoning nog altijd als beperkt, al is er sprake van een lichte verbetering. Zij passen steeds vaker hun woonwensen aan om hun slaagkans te vergroten. Tegelijkertijd wijzen nieuwe cijfers wijzen op een groeiend aanbod en beleidsmaatregelen die starters enigszins ondersteunen.
Uit de Woontoegankelijkheidsmonitor van ASN Bank blijkt dat alleenstaande starters hun kansen op een koopwoning in het eerste kwartaal van 2026 gemiddeld beoordelen met een 4,5, tegenover een 4,1 een jaar eerder. De iets positievere houding onder alleenstaande starters hangt samen met een toename van het woningaanbod, met name door verkoop van woningen door beleggers.
Kansen onder de maat
In het vierde kwartaal van 2025 werden ruim 20.700 woningen door beleggers verkocht, het hoogste aantal sinds 2021. Deze woningen bestaan voor een groot deel uit kleinere appartementen, die relatief beter aansluiten bij de vraag van alleenstaanden. Toch blijft de algemene beoordeling van de kansen ruim onder de maat. De structurele krapte op de woningmarkt blijft daarmee een belangrijke beperkende factor.
Starters stellen woonwensen verder bij
Om hun kansen te vergroten, passen alleenstaande starters in toenemende mate hun woonwensen aan. Zo kijkt een groeiend deel naar kleinere woningen of woningen in mindere staat, en wordt vaker uitgeweken naar andere regio’s. Ook overweegt een deel een hogere prijsklasse dan oorspronkelijk gepland. Deze verschuiving wijst op toenemende flexibiliteit, maar onderstreept tegelijkertijd de druk die deze groep ervaart. Ongeveer vier op de tien starters op de woningmarkt is alleenstaand en bevindt zich daarmee in een relatief kwetsbare positie. Het vinden van een huis wordt voor veel woningzoekers steeds meer een mentale uitputtingsslag. De Hypotheekshop concludeert dat uit reviews van woningzoekenden in dit jaar.
Verschuivingen in zoekgedrag van starters
Binnen de bredere groep starters valt op dat ongeveer de helft in de huidige woonplaats wil blijven, terwijl een kwart juist buiten de eigen gemeente zoekt. De voorkeur voor andere steden verschuift daarbij: middelgrote steden winnen aan populariteit ten opzichte van grotere stedelijke gebieden. Dit kan wijzen op prijsdruk in de grote steden en een zoektocht naar betaalbare alternatieven. De spreiding van vraag kan op termijn effect hebben op regionale woningmarkten. Tegelijkertijd blijft de concurrentie in veel gebieden onverminderd hoog.
Fiscaal beleid versterkt positie starters deels
Aanvullend onderzoek, gepubliceerd in Real Estate Research Quarterly van VOGON, laat zien dat fiscale maatregelen de positie van starters enigszins hebben verbeterd. Sinds de differentiatie van de overdrachtsbelasting in 2021 betalen starters geen belasting bij aankoop, terwijl beleggers een hoger tarief betalen. Dit heeft geleid tot meer aankopen door starters, vooral in gebieden waar zij eerder sterk concurreerden met beleggers. Ook is de prijsstijging in deze gebieden relatief afgevlakt, wat wijst op verminderde prijsdruk.
Effecten zichtbaar, maar niet afdoende
Hoewel het beleid effect sorteert, is het geen volledige oplossing voor de problemen op de woningmarkt. De verbeterde concurrentiepositie vertaalt zich niet automatisch in voldoende toegang tot betaalbare woningen. Daarnaast is onduidelijk in hoeverre lagere prijzen het gevolg zijn van daadwerkelijke marktverbetering of van een verschuiving naar goedkopere woningtypen. Voor doorstromers blijft het effect beperkt, wat aangeeft dat de maatregel gericht is op een specifieke doelgroep. De onderzoekers benadrukken dat fiscale instrumenten vooral effectief zijn als onderdeel van een breder pakket aan woningmarktmaatregelen.







