Makelaars zijn niet hun broeders hoeder, maar betrouwbaarheid is essentieel in een sector waar consumenten de grootste aan- of verkoop van hun leven doen. En dat kan beter, aldus Neelie Kroes, oud-EU-commissaris, oud-minister en tot voor kort speciaal gezant van Startup Delta. Een gesprek over ondernemen, makelaars en de woningmarkt.
Makelaars zijn niet hun broeders hoeder, maar betrouwbaarheid is essentieel in een sector waar consumenten de grootste aan- of verkoop van hun leven doen. En dat kan beter, aldus Neelie Kroes, oud-EU-commissaris, oud-minister en tot voor kort speciaal gezant van Startup Delta. Een gesprek over ondernemen, makelaars en de woningmarkt.
“Ondanks dat ik net een positieve ervaring heb gehad met de Wassenaarse makelaar die mijn huis heeft verkocht, ben ik over het algemeen niet zo onder de indruk van de Nederlandse makelaardij.” Neelie Kroes, die er als eurocommissaris niet voor terugdeinsde om multinationals als Microsoft en Intel gigantische boetes op te leggen wegens overtreding van het kartelverbod, neemt geen blad voor de mond in interviews. Hoewel ze direct daarna een nuance aanbrengt: “Ik realiseer me dat ik de goede makelaars hiermee tekortdoe. Het punt is alleen: voor de crisis was het zo gemakkelijk om een huis te verkopen, het was alleen een kwestie van vraag en aanbod bij elkaar brengen. En die kant gaan we ook nu weer op. Mijn schoondochter is makelaar in Amerika, daar moeten makelaars veel meer moeite doen.”
Kartelachtig
Kroes vervolgt: “Wat ik ook niet goed – bijna kartel- of monopolieachtig – vind in Nederland: waarom mogen consumenten hier niet meerdere makelaars tegelijk inschakelen? Waarom mag ik alleen een tweede makelaar inhuren als de eerste daar toestemming voor geeft? Het laat zich raden dat die toestemming er lang niet altijd komt. Voorstanders van het systeem van de exclusieve opdracht zeggen dan dat het niet goed is als makelaars regelmatig werk moeten doen waarvoor ze niet worden beloond. Ik zie het anders. Risico’s horen nu eenmaal bij het ondernemen en concurrentie is een prikkel om je best te doen. En voor consumenten is het prettig om meerdere ijzers in het vuur te hebben, uiteraard met heldere afspraken over de te verlenen diensten, de courtage en de verdeling daarvan.”
Sommige makelaars vinden dat zij geen andere verantwoordelijkheid hebben dan de hoogste verkoopopbrengst te realiseren.
“Dat is dom, dat is kortetermijndenken. Als ondernemer moet je geven en nemen: gun een ander ook wat. Dat loont op termijn altijd. Goede ondernemers zijn betrouwbaar en transparant. Je kunt je reputatie maar één keer vernielen. Neem de kwestie rond het financieringsvoorbehoud en de bouwkundige keuring, zaken die steeds meer huizenkopers in de haast vergeten. De verkoopmakelaar is niet zijn broeders hoeder, maar voor de sector als geheel – waar het om zoiets wezenlijks als het (ver)kopen van woningen gaat – is betrouwbaarheid in mijn ogen essentieel. Ik ben niet per se voor regelgeving, maar wel voor goede voorlichting en communicatie. De makelaardij moet de consumenten bewust maken van de risico’s van het kopen zonder bouwkundige keuring of financieringsvoorbehoud.”
Ziet u zichzelf vooral als ondernemer of als politicus?
“Ik ben niet iemand die als kind al de politiek in wilde. In de wetenschap en het bedrijfsleven, waar ik ook heb gewerkt, ontdekte ik dat het moeilijk was om veranderingen te realiseren. Daar ben je immers altijd afhankelijk van de wetten en regels die anderen maken. De politiek is het podium om echt iets voor elkaar te krijgen. Maar ik heb uiteraard ook veel affiniteit met ondernemers, ik geloof heilig in het ondernemerschap. Daarom ben ik ook zo enthousiast over de startups, waarmee ik mij de afgelopen jaren als speciaal ambassadeur bezighield. Het is heilzaam als er af en toe een frisse wind waait.”
Wat kunnen makelaars en startups voor elkaar betekenen?
“Net zoals voor iedere sector zijn er mogelijkheden voor de makelaardij om samen met startups nieuwe concepten te ontwikkelen. Dan moeten ze wel bereid zijn om initiatieven te nemen, out of the box te denken – of helemaal niet in een kader – en niet zelfgenoegzaam te zijn. Makelaars die zich puur blijven focussen op transacties, gaan verdwijnen. Over tien jaar bestaat het makelaarsvak in zijn huidige vorm niet meer. Dan worden woningen misschien online aangeschaft en kunnen potentiële kopers vanuit hun eigen huis met een VR-bril een woning bezichtigen. Het is dus zaak dat makelaars een eigentijdse invulling geven aan hun werk, en actief en alert zijn. Zo kan het interessant zijn om samen met startups leegstaande kantoorruimte te ontwikkelen, tot bijvoorbeeld opslagruimte. Of als werkruimte voor zzp’ers. Op de arbeidsmarkt verandert immers ook van alles, en lang niet alle zzp’ers werken prettig vanuit huis. Een goed voorbeeld van eigentijds denken is Spaces, een bedrijf in flexibele kantoorconcepten, dat nu ook internationaal gaat.”
Is de toekomst die u schetst bedreigend?
“Nee, een interessante uitdaging. Aan robotisering en digitalisering zitten plussen en minnen, zoals aan elke ontwikkeling. Sommige beroepen zullen verdwijnen, nieuwe beroepen zullen ontstaan. Natuurlijk moeten we goed nadenken over de eventuele negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid en proberen deze te voorkomen of op te vangen. Het is belangrijk dat overheid, onderwijs en bedrijfsleven hierbij hun verantwoordelijkheid nemen. We moeten toe naar een situatie van een leven lang leren voor iedereen. Ik zie op basisscholen al heel veel inventiviteit, maar helaas nog niet overal en lang niet genoeg. Het zou bijvoorbeeld goed zijn als programmeren een basisvak werd.”
Wat vindt u van de Brusselse kritiek op onze woningmarkt en hypotheekschulden?
“Daar zit een kern van waarheid in, maar de Nederlandse situatie is langzaam zo gegroeid en valt dus niet van de ene op de andere dag te veranderen. Vergeleken met andere Europese landen kent ons land een groot aantal eigenwoningbezitters. Ze hebben relatief hoge schulden, maar ook een heel goed betaalgedrag. De leennormen en de hypotheekrenteaftrek zijn onlosmakelijk verbonden met het totale belastingstelsel. Je moet de dingen dus niet geïsoleerd benaderen, maar een totaal, integraal plan maken. En vooral ook: duidelijk zijn. We hebben in het recente verleden gezien wat onduidelijkheid over het koopwoningmarktbeleid voor een negatief effect kan hebben op de bouw en alle aanpalende sectoren, zoals schilders, installateurs, verhuizers, woninginrichters en hoveniers.”
Ondernemers ervaren te veel bemoeienis vanuit Europa.
“Ik ben de eerste die zegt: Europees wat moet, nationaal wat kan. Veel vraagstukken zijn grensoverschrijdend – klimaat, milieu, vervoer – en kun je dus beter gemeenschappelijk regelen. Maar soms is de Europese Unie te ver doorgeschoten in haar regelgeving. Het is logisch dat de acceptatiegrens van de burgers en bedrijven wordt bereikt als het gaat om overbodig of ongewenst beleid, zoals het verbod op navulbare kannetjes olijfolie in restaurants. Een wijdverbreid misverstand is overigens dat alle wet- en regelgeving uit de koker van de Europese Commissie komt. Nee, de Commissie voert alleen uit. De lidstaten beslissen, in de raad van ministers.”
Wat zou een Nexit betekenen voor de woningmarkt?
“Voor Nederland als exportland is de economische betekenis van de Europese Unie enorm. Zeventig procent van onze export blijft binnen Europa. Denk je dus eens in wat het betekent als er weer grenzen en invoerrechten zouden zijn. Uittreding uit de Europese Unie zou desastreus zijn voor onze welvaart, en in het verlengde daarvan voor het inkomen van de Nederlanders en het deel daarvan dat ze aan wonen kunnen besteden. Maar Europa staat natuurlijk ook voor veel meer dan alleen de economische aspecten. Laten we niet vergeten hoe het ooit begonnen is, met twee Wereldoorlogen in Europa.”
Hoe kunnen we het vertrouwen in Europa herstellen?
“Na de vluchtelingencrisis, de terroristische aanslagen, Griekenland en Brexit groeit gelukkig het besef dat er problemen zijn die alleen met een slagvaardig Europa kunnen worden opgelost. Mensen krijgen dus langzaam weer meer vertrouwen in de Europese Unie, maar dan wel onder de voorwaarde dat Europa een pas op de plaats maakt en meer aan de lidstaten en hun burgers en ondernemers zelf overlaat.”
Dit artikel komt uit Vastgoed 5, verschenen op 4 juli 2017.







