maandag, april 27, 2026
More
    HomeDossiersTaxerenDrie jaar NWWI: ‘We zijn ingeburgerd’

    Drie jaar NWWI: ‘We zijn ingeburgerd’

    - Advertisement -

    Drie jaar bestaat stichting NWWI inmiddels; het valideringsinstituut voor taxaties. Waar het instituut in het begin kampte met de nodige kritiek en tegenwerking, zegt het inmiddels uitgegroeid te zijn tot een ingeburgerd begrip. “Men heeft het nu over een NWWI’tje doen”, aldus Cees Kielstra, voorzitter van het NWWI. Er is echter nog wel wat te verbeteren in de wereld van de valideringsinstituten, vindt VastgoedPRO.

     


    Drie jaar bestaat stichting NWWI inmiddels; het valideringsinstituut voor taxaties. Waar het instituut in het begin kampte met de nodige kritiek en tegenwerking, zegt het inmiddels uitgegroeid te zijn tot een ingeburgerd begrip. “Men heeft het nu over een NWWI’tje doen”, aldus Cees Kielstra, voorzitter van het NWWI. Er is echter nog wel wat te verbeteren in de wereld van de valideringsinstituten, vindt VastgoedPRO.

    Hij vervolgt: “Ik heb vanaf het begin meegewerkt aan de ontwikkeling van dit instituut en wat van het begin af aan het belangrijkste uitgangspunt is geweest, is dat het NWWI onafhankelijk is. We willen alle schijn vermijden dat het NWWI een soort slager zou zijn die zijn eigen vlees keurt.”

    Vanuit de branche

    “Het NWWI is tot stand gekomen voor en door de branche. We hebben dit vanuit de branche willen doen, voordat de overheid iets dergelijks zou kunnen doen – zoals in het geval van de Autoriteit Financiële Markten gebeurd is. Nadeel van die regelgeving is namelijk dat hij soms wel onnodig ver gaat.”

    Belangen NVM en VBO

    “Tijdens de totstandkoming van het NWWI stonden de leden van VastgoedPRO –  toen nog LMV – vrij sceptisch tegenover het nieuwe validatie-instituut”, legt Jan-Kees Duvekot, voorzitter van VastgoedPRO, uit. “Dat had met name te maken met de belangen van NVM en VBO Makelaar in het NWWI, die in onze ogen nogal conflicteerden met de gewenste onafhankelijkheid. Daarnaast was het oorspronkelijk de bedoeling dat zij het enige validatie-instituut zouden zijn. In onze ogen volstrekt ongewenst. Inmiddels is het zo dat het NWWI die onafhankelijkheid beter heeft gewaarborgd, en zijn wij en onze leden zeker niet tegen haar bestaan. Ook heeft de marktwerking er voor gezorgd dat er meerdere validatie-instituten zijn zodat taxateurs een keuze kunnen maken.

    Meer input banken

    Duvekot vervolgt: “Toch zijn er nog wel een paar dingen die wat ons betreft verbeterd zouden mogen worden. Dit raakt niet zozeer het NWWI maar veel meer het complete systeem van normering, taxatie en validatie. Wat ons betreft zouden de banken en de Nationale Hypotheek Garantie meer input mogen leveren daar waar het om de normering gaat. Laat ze maar eens samen met de normerende Stichting om tafel gaan, en iets als de ‘twintig-kilometergrens’ bespreken bijvoorbeeld, de grens waarbinnen een taxateur mag werken.”

    Banken willen niet

    Kielstra: “Daar zijn wij het feitelijk wel mee eens. Wij vinden dat de opdrachtgevers meer betrokken zouden moeten worden bij het proces; het gaat uiteindelijk immers om hun portefeuille. Zij zouden, op basis van hun ervaringen en risicoprofiel, mogen aangeven of zij grotere of kleinere werkgebieden voor taxateurs wenselijk vinden. Het is vaak lastig om binnen een landelijk werkende organisatie alle neuzen in dezelfde richting te krijgen, omdat interne afdelingen (of vestigingen) er vaak verschillende meningen op na houden, maar we slagen daar toch redelijk in.”

    Modelwaarderapport

    Duvekot: “Een tweede punt is het verplicht gebruik van het modelwaarderapport, terwijl de kwaliteit hiervan momenteel absoluut niet helder is. Als een taxateur een woning niet juist kan onderbouwen met een modelwaarderapport, moet hij eerst aantonen dát het modelwaarderapport niet klopt. Voor mijn gevoel is dat de omgekeerde wereld. Als je de taxateur referenties of een modelwaarde meegeeft, moet de kwaliteit daarvan niet ter discussie staan. Ik wil erop aansturen dat hier dit najaar naar gekeken wordt.”

    Genoeg ruimte

    Kielstra: “Er is voor taxateurs die te maken hebben met woningen die geen referentiepanden hebben, genoeg ruimte om aan te geven waarom het te taxeren object anders is. Het enige – begrijpelijke – nadeel hierbij, is dat het vaak iets langer duurt om de validatie voor elkaar te krijgen.”

    Verplicht

    Duvekot: “Ik heb nog wel een punt van kritiek, maar dat is eigenlijk secundair gericht tot het NWWI en primair tot hypotheekverstrekker Obvion. Die verplicht haar klanten namelijk een door het NWWI gevalideerd taxatierapport te leveren. Daardoor zijn taxateurs gedwongen naar het NWWI te gaan, zodat hun klanten niet met een ‘ongeldig’ taxatierapport zitten als zij uiteindelijk hun hypotheek bij Obvion regelen. Primair moet Obvion dit beleid wijzigen, maar secundair vind ik het wel vreemd dat ook het NWWI hierin meegaat. Als je echt overtuigd ben van je onafhankelijkheid wil je immers geen voorkeurspositie van één geldverstrekker.”

    Vrijwillige keuze

    Kielstra: “Het NWWI bepaalt niet of een hypotheekverstrekker wel of niet ‘exclusief’ met ons werkt. In dit specifieke geval kan worden gesteld dat Obvion mede aan de wieg heeft gestaan van het NWWI en dus bekend is met haar werkwijze en de geleverde kwaliteit. Het is dus – net als met het kiezen van de taxateur, bepalen van het werkgebied of validatie-instituut – een geheel vrijwillige keuze. Dat dit een gebruikelijke zaak is in de ‘markt’, blijkt wel uit het feit dat brancheorganisaties eveneens bepaalde zaken verplicht opleggen aan hun leden, zoals bijvoorbeeld de softwareleverancier.”

    Meer marktwerking

    Duvekot: “Tot slot zou ik wat meer dynamiek willen zien in de markt van de validatie-instellingen. Op dit moment wordt enkel op prijs geconcurreerd, maar wat mij betreft zou er meer marktwerking mogen zijn, door te concurreren op gebied van kwaliteit en service bijvoorbeeld.”

    Kielstra: “Dat is een zeer goed punt. We zouden het dan ook op prijs stellen als Stichting Taxatie en Validatie, als opsteller van de normen, aangeeft dat zij de ondergrens vastlegt en het validatie-instituut daarnaast de vrijheid geeft om extra kwalitatieve eisen te mogen stellen aan het taxatierapport. Zij zouden dit dan ook moeten ventileren naar de buitenwacht, met andere woorden: wat doen we nu eigenlijk? Iedereen ‘denkt’ dat alle instituten gelijk werken, maar er zitten onderling zeer grote kwalitatieve verschillen. Hiermee ontstaat mijns inziens een optimale marktwerking op basis van prijs en kwaliteit.”

    - Advertisement -