Toegegeven, voorspellen kan van grote waarde zijn. Niet alleen voor investeringsbeslissingen, maar ook als basis voor economisch beleid. Macro-economische voorspellingen worden doorgaans gemaakt op basis van de historische relatie tussen economische variabelen. Dit blijkt vaak lastig. Nog geen vijf jaar geleden begon een van de grootste financiële crises uit de geschiedenis. Slechts een handjevol economen zagen deze crisis aankomen. Ons economen past dus bescheidenheid. Maar wellicht nog belangrijker: wat als de historie geen houvast biedt voor een voorspelling? Het verleden kent immers nauwelijks voorbeelden van landen die om economische redenen een muntunie verlieten. Extra voorzichtigheid is hier dus geboden.
Wij zien drie routes waarlangs een Griekse uittreding tot stand zou kunnen komen. Allereerst kan het IMF de stekker uit het Griekse hulppakket trekken, waarna de ECB moet beslissen of zij het Griekse bankwezen getroffen door wanbetaling vanuit de overheid met noodliquiditeit overeind wil houden. Een dergelijke beslissing staat de ECB ook te wachten wanneer verontruste Griekse depositohouders in toenemende mate geld van hun bankrekeningen halen. Tot slot kan Griekenland zelf beslissen dat zijn toekomst in de muntunie onwenselijk is geworden, al lijkt deze route gezien de pro-Europese houding van de regering, het parlement en het volk voorlopig niet realistisch. Kortom, de toekomst van Griekenland in de eurozone hangt af van veel economische, financiële en vooral ook politieke factoren waardoor hier met geen mogelijkheid een exit-percentage aan kan worden gekoppeld.
Bovenstaande leidt overduidelijk tot een conflict. Het is onmogelijk een exact percentage te berekenen, maar vanuit investerings- en beleidsperspectief is een zekere richting wel gewenst. Dit pleit voor het benadrukken van de zeer grote onzekerheid bij de presentatie van de voorspelling. Vanuit publicitair opzicht wellicht minder interessant, maar een der-gelijke presentatie kent twee voordelen. Het voorkomt de creatie van schijnzekerheid. Een exact percentage schept immers misleidende verwachtingen. Waarom verwacht Citigroup een kans van 90% en niet, bijvoorbeeld, 85%? Daarnaast leidt alle commotie rondom een Griekse uittreding tot extra druk op het toch al abominabele internationale investeringsklimaat in Griekenland. Een selffulfilling prophecy ligt dan op de loer.
Mijn antwoord op percentage-vragen laat zich dus raden. Wellicht eindigt ook deze column daarmee in een teleurstelling. Ik laat mijn glazen bol voor wat hij is.
Michiel Verduijn
Econoom
Deze column verscheen eerder deze week in de Kennismail van de Rabobank







