Inkomensafhankelijke huurverhoging
De huren stegen het afgelopen jaar iets minder hard dan het jaar ervoor, respectievelijk 3,9 en 4,1 procent. Sinds 2013 mogen verhuurders de huren met meer dan het inflatiepercentage verhogen bij de jaarlijkse huurverhoging op 1 juli. De hoogte van de extra huurverhoging is afhankelijk van het huishoudinkomen van de huurder.
Woningcorporaties maakten iets vaker gebruik van de toegestane huurverhoging dan andere verhuurders. Belangrijkste oorzaak daarvan is de verhuurdersheffing die woningcorporaties aan het Rijk moeten afdragen en die oploopt tot 1,7 miljard euro in 2017. Deze heffing geldt niet voor (particuliere) verhuurders die maximaal 10 woningen verhuren.
Effecten op betaalbaarheid
Dit jaar kregen minder huishoudens in de laagste inkomensgroep (met een inkomen tot 34.085 euro) de maximaal toegestane huurverhoging dan in 2013. Woningcorporaties lijken daarmee meer rekening te houden met de effecten op de betaalbaarheid in hun huurbeleid.
Nieuwe verhuringen
In totaal stegen de huren van sociale huurwoningen tussen 1 juli 2013 en 1 juli 2014 met 4,7 procent. Dat komt doordat verhuurders de huren ook kunnen verhogen als er een nieuwe huurder in de woning komt (de zogenaamde harmonisatie). Ook dat doen woningcorporaties iets vaker dan andere verhuurders. Als woningcorporaties investeren in energiebesparing en woningverbetering, wachten zij met het doorberekenen van deze investeringen in de huur vaak tot de volgende huurder in de woning komt, schrijft minister Blok in de begeleidende brief.
Uit de analyse van het huurbeleid 2014 blijkt verder dat in de provincies Groningen, Friesland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg de gemiddelde huurverhoging lager lag dan in de rest van Nederland. De hoogste huuraanpassingen waren in de provincies Gelderland en Utrecht. Per 1 juli 2014 is de gemiddelde maandhuur van corporatiewoningen 503 euro per maand.
Bron: Aedes.nl







