Voor woningen die langer dan 2 jaar te koop staan, is de afslag gemiddeld 20,4% en betalen kopers gemiddeld 52.000 euro minder dan de vraagprijs. De woningprijzen staan nog steeds onder druk en het lijkt verstandig om in de huidige marktomstandigheden een scherpe vraagprijs neer te zetten.
Verschil initiële vraagprijs en koopsom
Het verschil tussen de initiële vraagprijs en de koopsom lag voordat de crisis begon rond de 5%: een woning werd gemiddeld genomen 5,2% onder de vraagprijs verkocht in 2007. Tegenwoordig wordt de vraagprijs regelmatig bijgesteld alvorens een huis daadwerkelijk wordt verkocht. Twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen kennen een groter verschil tussen de initiële vraagprijs en de koopsom. In 2007 werden vrijstaande woningen gemiddeld genomen voor 90,9% van de initiële vraagprijs verkocht. In 2013 is het verschil met 7,5% opgelopen naar een gemiddelde koopsom van 83,4% van de initiële vraagprijs.
Langer te koop, groter verschil
Om meer inzicht te geven in hoe de afwijking tussen vraag- en verkoopprijs varieert is het percentage afwijking van de initiële vraagprijs en de koopsom naar woningtype per looptijd geanalyseerd. De conclusie is dat naarmate de looptijd toeneemt de afwijking tussen vraag- en verkoopprijs ook toeneemt. Een woning die binnen 6 maanden wordt verkocht, kent een gemiddelde afslag op de initiële vraagprijs van 6%. Voor woningen die langer dan 2 jaar te koop staan is deze afslag gemiddeld 20,4%: de koopsom is dan 79,6% van de initiële vraagprijs.
Een mogelijke verklaring voor de grote verschillen naar looptijd is de dalende markt: woningen die langer dan 2 jaar te koop staan, kennen reeds een gemiddelde prijsdaling van 10,1%. Verder kan geconcludeerd worden dat het verstandig is om in de huidige marktomstandigheden een scherpe vraagprijs neer te zetten.







