maandag, april 27, 2026
More
    HomeERA: ‘Ondanks Haags gepruts toch herstel woningmarkt’

    ERA: ‘Ondanks Haags gepruts toch herstel woningmarkt’

    - Advertisement -

    Het herstel op de woningmarkt zet door, zo blijkt uit cijfers van ERA over het vierde kwartaal van 2014. Het aantal transacties nam toe volgens de makelaarsgroep, net als de gemiddelde verkoopprijs. ERA-directeur Paul van den Putten spreekt daarom van een gestaag herstel van de woningmarkt.

    Het herstel op de woningmarkt zet door, zo blijkt uit cijfers van ERA over het vierde kwartaal van 2014. Het aantal transacties nam toe volgens de makelaarsgroep, net als de gemiddelde verkoopprijs. ERA-directeur Paul van den Putten spreekt daarom van een gestaag herstel van de woningmarkt.

    Ook hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer van de TU Delft is in een reactie positief over de huizenmarkt, zij het gematigder dan ERA. Boelhouwer blijft voorzichtig. “Het wordt een spannend jaar.”

    ERA ziet in haar landelijke netwerk de lokale markten zeer verschillen. In grote lijnen gaat het aantal transacties omhoog, waarbij vooral de stijging in het westen een opvallend gegeven is. Landelijk was er in het vierde kwartaal sprake van een stijging van 3,1 procent van het aantal transacties. ERA tekent hierbij aan dat in het westen sprake was van 10 tot 17 procent meer transacties in vergelijking met het landelijk gemiddelde. De makelaarsgroep noemt ook een aantal positieve uitschieters: in Castricum was sprake van ruim 30 procent meer transacties, in Eibergen plus 34 procent en in Leusden zelfs ruim 50 procent meer. Uitschieters naar beneden waren Nieuwegein, Leiden, Zundert en Rijen.

    Woningaanbod

    Vrijwel overal is de gemiddelde verkoopprijs gestegen. De stijging is gemiddeld 3,2 procent in het vierde kwartaal van 2014 ten opzichte van dezelfde kwartaal een jaar eerder. Er was sprake van grote(re) stijgingen in het westen. In Amsterdam bedroeg de prijsstijging maar liefst 13 procent.
    ERA schrijft verder dat de trend dat er minder huizen in de verkoop kwamen in 2013 al enigszins in gang werd gezet en dit was ook het geval in het vierde kwartaal van 2014. Het woningaanbod neemt in sommige gebieden sterk af, vooral in het westen en midden van Nederland. Van den Putten: “Het woningaanbod neemt in veel plaatsen af. In combinatie met een toenemend aantal transacties en de hogere verkoopprijzen, kan dit duiden op een naderende krapte.” Hoogleraar Boelhouwer vindt het echter nog te vroeg om over een naderende krapte te spreken. In het centrum van Amsterdam kan hier wellicht sprake van zijn, maar buiten de ring is nog altijd sprake van veel aanbod, meent hij. Landelijk gezien is er al helemaal geen sprake van krapte. Het aantal transacties ten opzichte van het aantal te koop staande woningen bedraagt volgens de hoogleraar nu één op zestien á zeventien. Dat is weliswaar een stuk beter dan de verhouding 1/30 waar sprake van was tijdens de hoogtijdagen van de crisis. “Maar er is pas sprake van krapte als het gaat om een verhouding van ongeveer 1 op zes.” Vooruitblikkend naar 2015 zegt Boelhouwer dat het herstel van de huizenmarkt nog altijd broos is. “Het wordt spannend het komend jaar.” ERA-directeur Van den Putten durft te spreken van een gestaag herstel van de woningmarkt, ondanks het gepruts in Den Haag. “Gelukkig zullen we in 2015 van veel maatregelen niet heel veel meer merken, behalve natuurlijk van de ingeperkte betaalbaarheid.”

    Advies aan de makelaardij

    De ERA-directeur vertelt graag te kijken naar de Amerikaanse markt om deze vervolgens te vergelijken met de Nederlandse markt. “Daar lopen makelaars structureel achter ten opzichte van het consumentenvertrouwen als het gaat om het sentiment over de markt. Dat zien we in Nederland ook: de woningmarktindicator van de Vereniging Eigen Huis wijst al anderhalf jaar op een stijgend consumentenvertrouwen, maar Nederlandse makelaars zien het nog steeds somber in. Dit komt omdat ze enkel naar hun transacties kijken in plaats van de ontwikkelingen in de markt er om heen. Dat zou anders moeten. Ze kijken als het ware continue in de achteruitkijkspiegel, terwijl ze de radio aan zouden moeten zetten en een paar honderd meter  vooruit zouden moeten kijken naar de ontwikkelingen voor hen op de weg. Dan kan je slim inspelen om dat wat er staat te gebeuren. Sneller meegaan met ontwikkelingen bij de consument zou de beroepsgroep helpen bij het uitoefenen van dit vak.”

    - Advertisement -