Minister Henk Kamp van Economische Zaken wil franchiseorganisaties bij de wet verplichten om de Nederlandse Franchise Code (NFC) na te leven.
Franchiseorganisaties hebben de kans laten liggen om vrijwillig de vorig jaar overeengekomen gedragscode toe te passen, zo meldt het FD. Daarom wil minister Henk Kamp van Economische Zaken hen bij wet verplichten om de Nederlandse Franchise Code (NFC) na te leven. Woensdag presenteerde hij daarvoor een wetsvoorstel.
De NFC is een felbevochten compromis tussen franchisegevers en -nemers. Volgens Kamp zal een wettelijk verankerde code leiden tot een eerlijkere relatie tussen de franchisegevers en -nemers. “Nu is het vaak zo dat franchisecontracten eenzijdig door de franchisegever worden opgesteld. Een franchisenemer kan alleen nog ja of nee zeggen. Maar een goed contract houdt rekening met de belangen van beide partijen.”
Sterkere positie
De code versterkt de positie van franchisenemers, onder meer door de bepaling dat franchisegevers niet onbeperkt zekerheden mogen eisen. Die moeten in redelijke verhouding staan tot de schuld van de franchisenemers. De code geeft ook richtlijnen voor het overleg tussen franchisegever en de vertegenwoordiging van franchisenemers. Zo moet afgesproken worden waarover het vertegenwoordigende lichaam advies- en stemrecht heeft. Zo’n overleg is nu lang niet overal geregeld.
De samenwerking tussen franchisenemers en franchisegevers zorgt volgens Kamp te vaak voor wrevel. “Partijen zijn het in de praktijk te vaak oneens over de naleving van de gemaakte afspraken. Uit onderzoek van Rabobank bleek vorig jaar dat 40% van de franchisenemers problemen ondervindt. Dat zijn te veel incidenten. Als 40% niet tevreden is, is er iets aan de hand.”
Kamp meent dat de Franchise Code leidt tot duidelijkere spelregels, minder conflicten en uiteindelijk tot meer omzet voor de hele branche. “In de Verenigde Staten en Australië is franchise veel strakker gereguleerd. Mede daardoor is de sector daar twee tot drie keer zo groot. Dat betekent dat er ook in Nederland in potentie flinke groei mogelijk is, maar dan moeten franchisenemers wel beter beschermd worden en de verhoudingen evenwichtiger zijn.”
Nederland telt momenteel 30.000 franchisefilialen van zo’n 750 bedrijven, samen goed voor een omzet van circa €30 miljard. “Er werken zo’n 300.000 mensen in de sector”, benadrukt Kamp. “Daarmee is het een belangrijke economische factor.”
Vrijwillig lukt het niet
De minister constateert dat de sector er niet in slaagt om de code op vrijwillige basis toe te passen. “Een aantal grote franchisegevers verzet zich en dat bepaalt de sfeer”, aldus Kamp. “Maar juist bij die grote franchisegevers zien we de meeste problemen.”
“Het voordeel van de wettelijke verankering van de NFC is dat alle partijen hem hiermee moeten toepassen”, aldus Kamp. “Daarmee gelden de regels voor iedereen en dat voorkomt teleurstellingen. Daarnaast kan bij een onrechtvaardige afwijking een contract worden vernietigd. Ook de rechter zal zich bij de beoordeling van eventuele geschillen mede op de NFC moeten baseren.”
‘Code gaat te ver’
Volgens de Nederlandse Franchise Vereniging (NFV) gaat de code veel te ver. “Er staan veel zaken in de code die de commerciële bedrijfsvoering beperken. Dat hoort niet thuis in een gedragscode”, zei directeur Jos Burgers vorige week in het FD. Als voorbeeld noemde hij de bepaling dat de franchisegever periodiek moet verantwoorden welke tegenprestaties hij levert voor de franchisevergoeding.
Kamp is het daar niet mee eens. “Als je iets vraagt – in dit geval een franchisevergoeding – is het niet meer dan normaal dan dat je duidelijk maakt wat je ervoor levert.” De minister voegt daaraan toe dat de code is opgesteld door zowel twee vertegenwoordigers van de franchisenemers als twee van de franchisegevers. “We hebben bewust voor die manier gekozen. Zo worden partijen niet gedwongen, maar hebben zij zelf de code kunnen opstellen.”
De code werkt volgens het principe ‘pas toe of leg uit’. Kamp denkt niet dat dit te vrijblijvend is. “Je kunt op onderdelen afwijken van de code, maar dat moet je goed beargumenteren. Anders zal de rechter daar rekening mee houden als hij moet oordelen over een conflict.”







