Deze snelle stijging van de huizenprijzen doet denken aan die van begin deze eeuw, in 2008 eindigend met de economische crisis. Vrees voor een herhaling vinden woningmarktexperts echter ongegrond. Verschillen zijn er in overvloed: de eisen voor startershypotheken zijn veel strenger, de kleine belegger is in opmars en de rente staat historisch laag.
De huizenprijzen in Nederland zijn snel aan het stijgen en dat brengt nadelen met zich mee. Zo waarschuwde Rabobank onlangs voor een huizenbubbel in de Randstad. Deze snelle stijging van de huizenprijzen doet denken aan die van begin deze eeuw, in 2008 eindigend met de economische crisis. Vrees voor een herhaling vinden woningmarktexperts echter ongegrond, zo meldt de Volkskrant. Verschillen zijn er in overvloed: de eisen voor startershypotheken zijn veel strenger, de kleine belegger is in opmars en de rente staat historisch laag.
Voor 2008 was er een overvloed aan financiering voor starters en gezinnen. Jonge kopers kregen met gemak goedkope, maar risicovolle aflossingsvrije hypotheken voor hun eerste huis. In het laatste jaar voor de crisis had zelfs de helft van alle huishoudens met een hypotheek een aflossingsvrije variant. Toen de huizenprijs na 2008 begon in te storten, kwamen huishoudens die gedwongen moesten verhuizen met gigantische restschulden te zitten.
Nieuwe regels
Om de starters te beschermen kwamen er nieuwe regels. Wie aanspraak wil maken op de hypotheekrenteaftrek moet sinds 2013 zijn hypotheek binnen dertig jaar aflossen. Op die manier droeg de politiek de aflossingsvrije hypotheek naar het graf. In de tussentijd werd ook het bedrag dat een koper maximaal mag lenen steeds lager. Vanaf 1 januari moet de hypotheek gelijk zijn aan de waarde van het huis. Jonge huizenkopers hebben hierdoor steeds meer eigen geld nodig om te kopen en moeten rekening houden met hogere lasten voor aflossing. Voor doorstromers gelden de regels van hun oude hypotheek.
Particuliere beleggers
Terwijl rijke particulieren de huizenprijzen in Londen of Parijs al sinds de late jaren negentig opdrijven, bleven gezinnen de motor in de Nederlandse steden. Nu groeit ook hier het aandeel van de particuliere belegger. Vorig jaar kwam ongeveer 6 procent van de verkochte huizen in hun handen, bijna twee keer zo veel als in 2008, becijferde het Kadaster. In Maastricht kochten de kleine vastgoedbeleggers in 2016 zelfs 20 procent van de verkochte huizen.
Lage rente
De opmars van de beleggers heeft te maken met de lage rentestanden. De Europese Centrale Bank probeert met historisch lage rentes de economie te stimuleren. Met als gevolg dat wie zijn geld voor tien jaar vastzet op een spaarrekening gemiddeld slechts 1 procent rente krijgt.
‘De spaarrekening levert nauwelijks iets op’, zegt Koning. ‘En aandelen vinden de particuliere beleggers vaak te riskant.’ Dus kopen ze huizen om te verhuren aan studenten, expats of Airbnb-toeristen. ‘Dat levert al snel een bruto rendement van 6 tot 7 procent op.’
Doorstromers
De spaarrente is niet de enige die procenten lager staat dan in 2008. Ook de hypotheekrente is sindsdien flink gedaald. Doorstromers maken graag gebruik van de lage hypotheekrentes die de lasten van een mooier, groter of nieuwer pand beperkt houden. Twee op de drie huizen worden tegenwoordig gekocht door doorstromers.
Bron: De Volkskrant







