Sinds de jaren vijftig is met de term ‘het Groene Hart’ steeds geprobeerd grootschalige woningbouw in het strategische, centraal gelegen polderlandschap tussen Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam tegen te houden. Maar is dat nog vol te houden, nu de mogelijkheden om binnen de grote steden nog te bouwen uitgeput lijken te raken en de files tussen de steden steeds langer worden?
Sinds de jaren vijftig is met de term ‘het Groene Hart’ steeds geprobeerd grootschalige woningbouw in het strategische, centraal gelegen polderlandschap tussen Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam tegen te houden. Maar is dat nog vol te houden, nu de mogelijkheden om binnen de grote steden nog te bouwen uitgeput lijken te raken en de files tussen de steden steeds langer worden?
Stel, we houden niet langer krampachtig vast aan het idee van het Groene Hart. Er mag weer gebouwd worden in het polderlandschap, de druk op de woningmarkten van de grote steden in de Randstad neemt af. Starters kunnen eindelijk weer aan een woning komen en BV Nederland krijgt een stevige economische impuls. Natuurlijk bouwen we het gebied dat vijftig jaar lang het denken over ruimtelijke ordening in Nederland heeft bepaald, niet helemaal vol. Het blijft een groen gebied waarin rustige woonwijken en typerende veenweidegebieden elkaar afwisselen. De grote plassen, die zo belangrijk zijn voor de recreatie, blijven onaangeroerd. Een vergezicht van een aantrekkelijke leefomgeving voor honderdduizenden jonge gezinnen lonkt. Een goed idee?
Versnipperd
Het Groene Hart is een planologisch begrip uit de jaren vijftig, dat even bekend als onduidelijk is. Zo is het onmogelijk een erkende kaart te vinden met daarop de officiële begrenzing van het gebied. Ruwweg gaat het om het gebied tussen de vier grote steden Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag. Maar ook een gemeente als De Bilt rekent zichzelf tot het Groene Hart.
Decennialang is het concept van het Groene Hart verdedigd met de argumenten dat het karakteristiek Hollandse landschap met molens en slootjes behouden moest blijven en dat het een belangrijke recreatiefunctie heeft voor de Randstedelingen.
Ruimtelijke ordening
In 2004 kreeg het gebied de status van Nationaal Landschap – een categorie onder die van Nationaal Park, zoals de Veluwe. Maar in 2012 is de categorie Nationaal Landschap afgeschaft en sindsdien valt het Groene Hart onder de verantwoordelijkheid van de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland. Waar het gaat om ruimtelijke ordening, hebben de verschillende gemeenten de nodige vrijheid. Door deze versnippering van bevoegdheden ontbreekt het aan een eenduidige visie en een centrale regie. Daardoor is er al behoorlijk wat van dat stuk karakteristiek Hollandse landschap afgesnoept.
Wie met trein of auto van Utrecht naar Den Haag rijdt, ziet toch vooral een mengelmoes van bebouwing als huizen, kassen en distributiecentra.
Taboe
Vaag concept of niet, maar weinig mensen durven zich hardop uit te spreken voor woningbouw in het Groene Hart. Gerenommeerde landschapsarchitecten als Adriaan Geuze en Harm Veenenbos, nota bene adviseur ‘ruimtelijke kwaliteit’ van de provincie Zuid-Holland, laten weten zich niet in de discussie te willen mengen. En de provincie Zuid-Holland zelf stelt met betrekking tot het omvangrijke woningbouwproject in de Zuidplaspolder dat dit gebied toch echt niet tot het Groene Hart behoort. Ook Jan Fokkema, directeur van de Neprom, vindt weliswaar dat bouwen in de ‘open ruimte’ noodzakelijk is om verdere verdichting van de steden te voorkomen, maar rekent deze ‘open ruimte’ uitdrukkelijk niet tot het Groene Hart.
Anne Jo Visser, programmamanager bij Platform 31, begrijpt de gevoeligheid wel. “Mensen hechten veel waarde aan het Groene Hart, als unieke karakteristiek van de polycentrische Randstad. Een pleidooi voor woningbouw in het gebied roept dan ook maatschappelijke weerstand op. Vergelijk het met het plan van minister Schulz van Hagen om strandhuisjes toe te staan, dat stuitte ook op veel verzet. We willen niet dat onze kust wordt volgebouwd zoals in België. Mensen hebben hetzelfde gevoel bij het Groene Hart.”
Afsnoepen
Ondanks alle omzichtigheid zijn er de afgelopen decennia steeds stukjes van het gebied afgesnoept. Visser: “Het strikte beschermingsbeleid heeft niet voorkomen dat er overal in het Groene Hart is gebouwd, zoals iedereen zelf kan vaststellen als je er doorheen reist.” Die geheime hapjes zullen er niet minder op worden. Fokkema: “Het huidige woningtekort loopt de komende jaren alleen maar verder op door een gebrek aan bouwlocaties.” Hij pleit voor het opschalen van de binnenstedelijke woningbouw. Daar moet ongeveer een derde tot de helft van de woningbouwopgave terechtkomen. “Maar daarnaast ontkomen we er niet aan om ook buiten bestaand stedelijk gebied woonwijken te realiseren. Mensen die blijven inzetten op verdere verdichting van de steden, doen aan wensdenken. Voor mensen met een kleinere portemonnee zijn binnenstedelijke woningen echt onbetaalbaar.’’
Visser ziet voor deze groep een oplossing in woningbouw aan de randen van de steden. “Daar willen de mensen graag wonen, er is niet voor niets een trek naar de stad. Daarnaast is voor gezinnen met twee werkende ouders de bereikbaarheid erg belangrijk. Zij wonen vaak liever in Leidsche Rijn of Ypenburg – dichtbij veel werk en goede wegen en ov-verbindingen – dan in Bodegraven of Waddinxveen”
Minder fraaie plekken
Benut dan wel de minder fraaie plekken, zegt Visser. “Het Groene Hart is niet overal even bijzonder. De Loosdrechtse Plassen moeten natuurlijk behouden blijven, maar aan de randen van de steden kan best gebouwd worden. Dit is in Utrecht gebeurd met de wijk Leidsche Rijn, waarmee de stad eigenlijk ook is opgeschoven richting het Groene Hart.’’
Intact
Dianne Heersmink, van Makelaardij Van Leeuwen in Moordrecht, ziet evenmin weinig in grootschalige bouwprojecten midden in het Groene Hart. “Er blijft vooral behoefte aan woningen binnen de bebouwde kom. Bijvoorbeeld bij jongeren en ouderen die dichtbij de voorzieningen willen blijven. Maar dat wil niet zeggen dat er helemaal niet buiten de stad gebouwd mag worden. Je moet met mate bouwen. En het moet om unieke, kleinschalige projecten gaan, die de recreatieve en cultuurhistorische waarde van het Groene Hart intact laten.” Naast woningen voor mensen met een kleinere portemonnee, denkt Heersmink juist aan grote kavels. Waar mensen die op zoek zijn naar meer rust en ruimte, zelf hun vrijstaande woning kunnen bouwen. Of aan huizen met een extra grote schuur van wel vijf bij acht meter. Vraag is er genoeg. “Vrijstaande woningen in het Groene Hart tot ongeveer † 500.000 zijn zeer gewild en worden snel verkocht.’’
Economische ontwikkeling
Nico Voogt is voorzitter van de ondernemersvereniging Gouda Onderneemt, en betrokken bij Groene Hart Onderneemt. Aandacht voor cultuurhistorie en recreatie is belangrijk, maar mag volgens hem niet ten koste gaan van de economische ontwikkeling van de regio. “Vaak wordt het Groene Hart neergezet als bed and breakfast, goed voor streekproducten. Maar wij zijn meer dan de achtertuin van de vier grote steden.” Woningbouw moet kunnen, vindt Voogt. Als het maar inpasbaar is. “We moeten vooral niet vergeten bestaande locaties, zoals verlaten bedrijventerreinen, te benutten.”
Maar wat is nu het perspectief voor het Groene Hart? Voor echt grootschalige woningbouwprojecten lijkt de tijd niet rijp. Het benutten van de oude bedrijfsterreinen en bouwen aan de randen van de steden ligt inderdaad meer voor de hand. Misschien dat er hier en daar wat kleinschalige projecten van luxe woningen komen. Natuurlijk blijven we het Groene Hart koesteren, maar dat er geen duidelijke begrenzing is, heeft zo zo’n voordelen. Dan blijkt die bouwlocatie weer nét buiten het Groene Hart te vallen.
En de files?
Bouw grote Vinex-wijken maar dan met veel groen, midden in het Groene Hart, waar mensen met plezier kunnen wonen. De nieuwe bewoners hoeven dan niet langer vanuit Utrecht of nog verder naar Den Haag of Rotterdam te reizen. Resultaat: minder files. “Dat kun je vergeten”, zegt Marco Martens, zelfstandig adviseur stedelijke mobiliteit. Extra woningbouw in het Groene Hart zal het fileprobleem, het dichtslibben van de A12, A2 en A15 niet oplossen, maar eerder verergeren. Woningbouw in de kern van het Groene Hart kan zelfs een nieuw infrastructureel probleem opleveren. “Dit gebied is nu slecht bereikbaar. Er zullen veel extra wegen en spoorwegen nodig zijn als we nieuwe woningen gaan bouwen. Dat dit moet gebeuren op moerassige veengrond maakt het alleen maar lastiger.” Meer kleinschalige projecten voor luxewoningen zijn wel mogelijk. “Dat leidt in ieder geval niet tot meer files.”







