Uit dit onderzoek naar de huur- en koopprijzen in 36 grotere steden, blijkt dat het gemiddeld 14,4 jaar huur in de vrije sector kost om een gelijksoortige (tussen)woning te kopen. Voor een appartement geldt 15,1 jaar. De verhouding tussen koop- en huurprijzen kan met wel 64 procent verschillen.
Niet altijd goede investering
Ik vraag mijn studenten wel eens wie het kopen van een huis een goede investering vindt, en vrijwel iedereen steekt dan zijn hand op, vervolgt Brounen. Maar dat is lang niet altijd het geval, helemaal nu je er niet meer vanuit kunt gaan dat vastgoed in waarde stijgt.
Kopen of huren
Daar is makelaar in verkoop en verhuur van woningen, Mark Bisselink van Bisselink Makelaardij & vastgoedmanagement uit Doetinchem het mee eens: Vroeger werd gezegd je moet zo snel mogelijk kopen, maar dat geldt niet meer. Nu moet je echt bij jezelf te rade gaan wát je met een woning wilt. Wil je een woning slechts voor een paar jaar? Dan kun je vaak beter gaan huren, want bij koop komen veel extra kosten kijken en het is de vraag af je die ooit weer terugverdient.
Flexibel
Een huurhuis in de vrije sector kan een heel gunstig alternatief zijn, vervolgt Bisselink. Het houdt iemand flexibel, je hebt maar één maand opzegtermijn na een jaar. Het is veilig, vaak goed betaalbaar – omdat verhuurders in deze tijd ook bang zijn om huurders kwijt te raken – en het scheelt veel rompslomp.
Expats drijven prijs op
De prijzen voor huurwoningen zijn over het algemeen hoger in steden waar veel expats wonen; die drijven de prijzen op. Eindhoven en Amsterdam zijn goede voorbeelden. Tijdelijke verhuur van woningen zien we niet meer zo vaak. Dat komt doordat vrijwel niemand nog een woning koopt voordat de oude woning verkocht is, aldus Bisselink.
Verschil per stad
Per stad kan het verschillen of een huur- of koopwoning interessanter is. Zo zijn huurwoningen in Den Bosch, Almere en Amersfoort relatief goedkoop, terwijl in Eindhoven, Capelle aan den IJssel en Dordrecht juist koophuizen veel aantrekkelijker geprijsd zijn.







