volgens dezelfde Nationale Bouw- en Woonagenda
Sociale huurwoningen moeten evenwichtiger worden verdeeld onder gemeenten, zegt minister De Jonge. Foto: Pexels

Alle gemeenten moeten streven naar 30% sociale huurwoningen binnen hun woningbestand. En mensen uit kwetsbare groepen moeten voorrang krijgen bij de toewijzing ervan.

Deze ferme plannen staan in het programma ‘Een thuis voor iedereen’. Dit is een van de zes programma’s van de Nationale Bouw en Woonagenda van de rijksoverheid. Met deze agenda wil het kabinet de woningcrisis te lijf te gaan.

Toewijzing van woningen aan kwetsbare groepen verloopt al jaren moeizaam. Deze mensen hebben nog meer moeite om een geschikte woning te vinden dan anderen. Onder deze groep vallen dak- en thuislozen, statushouders, ex-gevangenen, ouderen die uit een verpleeg- of verzorgingshuis komen, arbeidsmigranten en mensen met een medische en sociale urgentie.

Verordening

Het kabinet wil nu dat er tot en met 2030 in totaal 600.000 betaalbare woningen worden gebouwd: 350.000 woningen voor mensen met een middeninkomen en 250.000 sociale huurwoningen (met een huur van maximaal € 763,47).

Gemeenten worden verplicht om via een verordening de toewijzing van de sociale woningen te regelen. Wanneer zij hieraan onvoldoende meewerken, volgt interventie door de provincie of gaat het ministerie van Binnenlandse Zaken aantallen opleggen, schrijft minister De Jonge in de begeleidende Kamerbrief.

Prestatieafspraken

Ander punt is dat betaalbare woningen evenwichtiger moeten worden verdeeld over de gemeenten. Rijk, provincies, gemeenten en woningcorporaties maken daarom prestatieafspraken over bouw, toewijzing en ondersteuning.

De Jonge wijst er in zijn brief op dat grote steden vaak een groter aandeel sociale huurwoningen hebben dan omliggende gemeenten. Zo zijn er gemeenten met meer dan 40% sociale huurwoningen, terwijl naastliggende gemeenten soms een aandeel hebben van minder dan 20%.Door de concentratie van sociale huurwoningen en de huisvesting van aandachtsgroepen, staat op sommige plekken de leefbaarheid onder druk.”

Streven

Gemeenten moeten daarom streven naar 30% sociale huurwoningen. Wanneer dit aantal lager ligt, moet de betreffende gemeente bij nieuwbouw “bijdragen aan dit streven”. Gemeenten die al (ruim) boven het streven zitten, kunnen minder sociale huurwoningen bouwen.

Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ van de Nationale Bouw- en Woonagenda is het resultaat van samenwerking tussen onder meer Aedes, de VNG, het IPO, en ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Binnenlandse Zaken, VWS, SZW, JenV en OCW.

Eerdere plannen van dezelfde Nationale Bouw- en Woonagenda om de wooncrisis te bestrijden, stuiten op problemen. Zo dreigt de bouw van in totaal 900.000 woningen tot 2030 niet haalbaar vanwege materiaal- en personeelsgebrek en de aanhoudende stikstofcrisis.